woensdag 16 april 2014

Iemand een peer stoven.

Oftewel: iemand een poets bakken.

Ik heb de verschillen in taal tussen Nederland en België (nu ja, Vlaanderen maar ik heb een beetje een hekel aan dat woord) altijd fascinerend gevonden. Woorden die ik vanzelfsprekend vind, blijken dan toch niet zo vanzelfsprekend te zijn bij onze Noorderburen. Die verschillen kunnen in kleine dingen zitten, zodat je toch nog een idee hebt, maar soms denk je van hé, wat, help? Sommige woorden in Nederland vind ik dan ook gewoon zo raar, maar dat denken ze wellicht ook van woorden van hier. Ongetwijfeld.

En dan ben ik nog niet over dialecten begonnen.

Ikzelf ben van het Antwerpse, of toch zo'n beetje van in de buurt (15 minuutjes met de trein en ik sta in de Koekenstad) en dat hoor je dus ook enorm hard als ik praat. Nu ja, ik vind dat dat nog wel best meevalt, maar mensen buiten het Antwerpse denken daar dus anders over.

Dus, lijstjestijd. Een lijstje met het Vlaamse (huiver) woord (vaak ook dialectwoorden) en daarbij de Nederlandse vertaling (ofzoiets). Kleine grote verschillen. Met deze week als thema: eten en drinken, nomnom.

(Ik ben nu ook geen taalexperte, misschien dat er woorden tussenzitten waarvan Nederlanders denken: "huh wat, dat woord ken ik toch, dat gebruiken wij toch ook gewoon hier". Ja zeg, sorry, blame it on wikipedia).

• spuit/bruiswater - spa rood
• plat water - spa blauw (Ja wat, dat water is toch niet plat als in, een schijf ofzo? Nee, dat niet maar er zit ook geen bruis in, "het is maar plattekes", zodus: plat water.)
• frieten - patat
• patat - aardappel (Al denk ik dat "patat" voornamelijk ook een dialectwoord is. Swat. Wij zeggen hier "patatten".)
• kraantjeswater - leidingwater
• beenhouwer - slager
• lekstok - lolly
• hesp - ham
• pékes - wortelen
• couverts - bestek
• talooren - borden

Smakelijk.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten