vrijdag 20 februari 2015

De fun, de salami: het leven zoals het is aan de vleestoog.

Exact 9 jaar geleden begon ik als 17-jarige jobstudente in de plaatselijke Delhaize te werken. Thuis aten (en eten) we geen vlees, dus ik kon nog met moeite de salami van de preparé onderscheiden, maar daar stopte het dan ook. Met veel en veel opstaan vond ik mijn draai en met een klein sabbatjaar tussenin werk ik er vandaag de dag nog steeds. Ondertussen ben ik er de bomma onder de studenten, met mijn 26 -bijna 27- lentes. Na al die jaren is er heel wat veranderd. Zo hebben we al 3 keer een ander uniform gekregen, zijn de weegschalen vernieuwd (maar als ik ze nog veel in de toog kieper hebben we er binnenkort nieuwe nodig), heb ik ook collega's zien komen en gaan en hebben ze tussendoor de winkel zelf ook eens verbouwd.

Maar die klanten, die zijn nog altijd even lastig.

In die jaren dat ik er werk heb ik ondertussen al zo veel opgemerkt en meegemaakt dat ik er een boek over kan schrijven. Van gekke uitspraken tot zotte eisen naar vieze creeps die mede-collega-jobstudentes lastigvallen.

Een bloemlezing:

• "Voor mij een potteke martini."

• Mensen worden boos voor gekke redenen:
Klant: "Een half stukje paté."
Ik: "Meneer, we mogen geen half stukje meegeven, maar ik kan wel een dun stukje afsnijden, dat komt op hetzelfde neer."
*meneer wordt kwaad*
Klant: "Dat is een schande, waarom mag dat nu niet, ongelooflijk."
*5 minuten later*
Klant: "En dat het een degoutante regel is!"

• "Voor mij een stukje paté van de Jef."

• Een meneer die een halve rel ontketend omdat zijn gebraden kip niet in een doosje zit dat de kip nog 3 uur lang warm kan houden. En luchtdicht is. Want hij moet nog ergens heen, en nu gaat heel zijn auto naar kip stinken. Maar dat het putteke zomer is en 30 graden buiten kan blijkbaar geen kwaad. Die kip zal wel warm gebleven zijn in zo'n warme auto. En zijn charcuterie ook. Zwetende salami, altijd al een delicatesse

• "NIE MEER DAN 100 GRAM!"

• Als de volgende klant wordt afgeroepen door middel van volgnummers:
"Gewonnen!"
"Bingo!"
*gecombineerd met een trotse blik voor hun geniale en uiterst originele mop*

• De vele gezichten van salami bolzano:
- bolano
- balono
- balzano
- bolono

• Beleefdheid is iets kleins.
Ik: "Goedemorgen."
Klant: "150 GRAM SALAMI BOLONO!"
Ik: checkt of mijn neus er nog opstaat.

• Mensen zijn heel kieskeurig in dingen die sowieso al ranzig zijn:
Klant: "Hoe ziet de rundstong eruit?"
Ik: laat rundstong zien.
Klant inspecteert de tong zeer uitgebreid en spot een kleine oneffenheid.
Klant kijkt alsof je een stuk stront voor zijn neus hebt gezet.
Klant: "Maar dat moet ik niet hebben hoor, oh nee."
Klant: kijkt nog eens geregeld naar desbetreffend stuk vlees en laat zijn afkeuring nog wat extra merken, vaak met nog wat gemompel.
Klant verlaat de vleeszone met nog een laatste vernietigende blik naar mij, alsof ik zijn gewild stukje vlees heb gesaboteerd.

• "Ik ben maar ne mens alleen."

• Mensen die de openingsuren niet goed weten, hoewel ze al jaren naar dezelfde winkel komen.
*winkel is al 10min officieel dicht, al zijn er altijd snoodaards die nog "binnen glippen"*
Klant: komt naar de vleestoog en ziet dat de hele toog al half is leeggehaald en dat men de snijmachine aan het afwassen is.
Klant: neemt bonnetje en gaat vol verwachting voor de toog staan.
Ik: wil een kaasbol in mens zijn richting gooien.

• Hysterie en paniek:
"Dun gesneden hé."
"Ge gaat da toch dun snijden hé."
"JUFFROUWKE, DUN SNIJDEN!!!!!!?8??8HDJSHQJFQZKE"

• Mensen kunnen hun grenzen niet.
Een collega-jobstudent is wat (bij gebrek aan een beter woord) administratie aan het doen.
Klant: komt naast haar staan in een zone die al niet voor klanten bestemd is en begint met haar te praten.
Ik: denkt dat ze de man kent.
Klant: verdwijnt na 10(!) minuten en ik vraag of ze die man kende.
Blijkt van niet.
Klant: blijft in de weken erna staren naar de collega en passeert hij gemiddeld 4x per minuut voorbij onze toog om nog wat extra te staren.
Collega: wordt bang.
Ik: wil een kaasbol in mens zijn richting gooien.

• Dui-de-lijk ar-ti-cu-le-ren.
Klant: whondejfhrd gehzram pwredjkfjkzahjaké.
Ik: "Kan u dat nog eens herhalen?"
Klant: fluistert en mompelt zo mogelijk nog stiller.
Ik: probeer de klanken te ontcijferen tot iets herkenbaars.
Ik: "100 gram preparé?"
Klant: kijkt met een verontwaardigde blik à la "maar ja, dat zei ik toch."

• "De panda" of ook gekend als "Cruella", met het chipolata incident.
Klant: toont een chipolataworst van gigantische omvang.
Klant: "Ik heb hier gisteren een chipolataworst gekocht die even groot was maar minder woog. Die van gisteren woog maar 150 gram en deze weegt over de 400 gram! Dat is te veel voor mij hoor, ik ben maar ne mens alleen."
Ik: gaat mee naar toog en neemt een worst van 150 gram en zegt: "deze zijn die van 150 gram."
Klant: "Nee nee! Die van gisteren was veel groter. Ik wil terug zo één."
Klant: duwt worst van 400 gram bijna in mijn gezicht.
Ik: totaal in de war en besluit dus om hulp van hogerhand in te roepen.
Ik: roept de chef.
Chef: snapt de vrouw ook totaal niet en besluit dan als laatste optie de worst van 400 gram te nemen en daar een stuk af te doen, omdat de vrouw toch wel persé die worst wil, maar dan kleiner.
Chef: snijdt een stuk eraf en geeft die aan de vrouw.
Klant: is tevreden, zegt dank u tegen de chef en lijkt aanstalten te maken om weg te gaan.
Ik: merk na een kwartier de vrouw op, die nog altijd voor de toog staat rond te draaien.
Ik: "Kan ik u met nog iets helpen?"
Klant: "Ik denk dat hij mij vergeten is."
Ik: "Wie?"
Klant: "Den beenhouwer. Voor mijn worst."
Ik: ...


1 opmerking:

  1. Zo grappig om te lezen maar ik kan me wel voorstellen dat het vaak frustrerend is.

    BeantwoordenVerwijderen